Veilig rijden 2: Onderweg

folder_openchauffeurs
commentGeen reacties
E-Drivers blog

In deel 1 van dit blog hebben we het gehad over de basis van het rijden; de zitpositie in de auto. Daarnaast hebben we behandeld waarom je het beste een plan voor vertrek te maken. In dit blog gaan we verder naar het rijden met de auto. 

Tip 3: vertrek op tijd

Maak een ruime planning. Zorg voor een buffer die jou kan helpen in het geval van file of ander oponthoud. Dat maakt dat je onderweg ‘relaxt’ kunt rijden. Even stoppen bij de pomp voor een koffie? Geen probleem. Bij een wat ruimere planning heb je hier de mogelijkheid voor. In het geval van (verre) afspraken buiten de deur kan je reisplanning overigens wat onderzoek vergen. Waar moet je naartoe? Google Maps helpt je perfect om de reistijd te bepalen. Maar houd naast je buffer ook rekening met: naar je auto toelopen, je auto parkeren, wandelen naar je afspraaklocatie etc. 
 

“Verloren tijd haal je niet zomaar in.”

In het verkeer moet je geen haast hebben. Zorg dat je op tijd vertrekt, dan hoef je geen haast te maken. De tijdwinst door te jagen  en andere weggebruikers te hinderen is verwaarloosbaar. We weten allemaal wat er bedoeld wordt. In de bebouwde kom is er überhaupt geen tijdwinst te behalen omdat er toch constant afgeremd of gestopt moet worden. Op N- en A-wegen kan er voor langere tijd met hogere snelheid gereden worden. Maar als het druk is op die wegen wordt het voordeel teniet gedaan elke keer wanneer er een opstopping is. En dan hebben we natuurlijk de doorn in het oog van vele automobilisten, de opnieuw ingevoerde maximum toegestane snelheid van 100 km/u op alle snelwegen. Opnieuw ingevoerd, omdat deze snelheid ook het maximum was tussen 1974 en 1988 (daarvoor gold geen maximum). 
 

Het is populair om te roepen dat de verlaging van het toegestane maximum voor veel meer extra reistijd gaat zorgen. In de praktijk valt dat wel mee op ons drukke wegennet. Overdag kon op veel stukken waar een 130-regime gold toch nooit een hoge gemiddelde snelheid behaald worden. Het beste is om het verschil te testen. Verschillende media hebben zulke tests uitgevoerd. Laten we er eentje uitlichten; de Twentse krant Tubantia heeft een proef gedaan op een traject van Holten naar Oldenzaal (31 km) met twee identieke auto’s. Op dit stuk was de 100-auto 2 minuten en 18 seconden langzamer dan de 130-auto. In brandstof scheelde het 0,59 cent. Dat klinkt als nihil, maar als je het gaat uitrekenen op jaarbasis kom je uit op een verschil van € 370,-. Dus als je op deze route dagelijks zou forenzen betekent dat een forse besparing. 

Tip 4: afstand houden

Aan bumperklevers ergert men zich het meest in het verkeer. Bumperkleven moet wel de meest voorkomende ingesleten gewoonte in het verkeer zijn. Deze gedraging staat al jaren hoog in de ergernis top 10. Mensen realiseren zich blijkbaar niet (meer) hoe snel een voertuig zich voortbeweegt en hoe kort de reactietijd is na een plotselinge remactie van de voorganger. Laten we hier ever dieper op ingaan. Bij een snelheid van 100 km/u leg je 27 meter per seconde af. We gaan in dit voorbeeld uit van een remweg van 48 meter (dit kan ook veel meer zijn, afhankelijk van vele variabelen) bij droog wegdek. Dan heeft u als mens nog reactietijd nodig om te reageren op de noodstop die het voertuig vóór u gemaakt heeft. Bij een zeer alert iemand is dit 1 seconde. In die ene seconde leg je al 27 meter af. Pas na die afstand begint de remweg. Ergo, als je bij een snelheid van 100 km/u een noodstop moet maken sta je pas stil na 76 meter, onder ideale omstandigheden. Laat dit even tot je bezinken. 

De immer betrouwbare vuistregel: 2 seconden afstand
De 2-secondenregel bestaat niet voor niets, het is echt een goede leidraad voor het bepalen van een goede tussenafstand. Veel mensen kennen deze regel, maar laten we hem toch maar even herhalen. De vuistregel pas je toe door op het moment dat het voertuig vóór je een vast punt passeert (een verkeersbord, lantaarnpaal etc.) 2 seconden te tellen. Zeg hardop ‘eenentwintig, tweeëntwintig’. Als jij eerder bij het uitgekozen vaste punt bent dan 2 seconden, dan zit je te dicht op de voorganger. Een afstand van 6 tot 12 autolengtes is te adviseren, afhankelijk van de snelheid. Juist. Hoe vaak wordt dit genegeerd op de Nederlandse rijks- en provinciale wegen? Binnen DriveMe krijgen chauffeurs de instructie mee om niet 2 seconden afstand te houden op de snelweg, maar zelfs 3. Zo kan er niet alleen tijdig worden geanticipeerd, maar ook comfortabel. 

Tip 5: mobiel zonder mobieltje

In deze wereld van razendsnelle telecommunicatie kunnen we het bijna geen moment meer veroorloven om niet bereikbaar te zijn. Maar ja, zoals eerder genoemd, moet je geconcentreerd met het verkeer bezig zijn tijdens het rijden. Zelfs met bluetoothverbinding is het onverstandig om een telefoongesprek te hebben tijdens het sturen. Studies laten keer op keer zien dat handsfree bellen net zo gevaarlijk is als handheld bellen. Het gevaar schuilt hem namelijk in de afleiding die het telefoongesprek veroorzaakt. Iemand die tegelijkertijd een auto bestuurt en een telefoongesprek voert neemt minder op van zijn omgeving. Het verwerken van informatie uit het telefoongesprek stoort het verwerken van informatie uit de omgeving. 
 

“Met je telefoon bezig zijn tijdens het rijden is erger dan rijden onder invloed van 0,8 promille alcohol of het roken van marihuana.” Theo Compernolle, neuropsychiater.


Moderne auto’s hebben natuurlijk Apple Carplay en Android Auto ingebouwd. Zo’n systeem zorgt ervoor dat het infotainmentscherm in de auto fungeert als het scherm van de smartphone. De telefoon zou je vervolgens weg moeten leggen zodat je hem als bestuurder niet meer kunt pakken. Op deze manier is het smartphonegebruik iets veiliger geworden, maar het is nog steeds veel beter om de auto even te parkeren tijdens het telefoongesprek of invoeren van navigatiegegevens.

Tip 6: kijken (+anticiperen +snelheid)

Is het jou ook weleens overkomen dat je een heel stuk hebt afgelegd en je bij het stoplicht beseft dat het hele stuk vol-le-dig aan je ontgaan? is Je was zóver in gedachten verzonken dat je niet meer bewust bezig was met de weg en het verkeer. Dit gebeurt vaak op stukken die je goed kent. Dan denk je dat je hele route wel kan dromen. Maar daar loert een gevaar. Want als je bijna op de automatische piloot rijdt en er doet zich net iets onverwachts voor reageer je er te laat op. Je kunt wel 1000 keer langs een oprit gereden zijn waar nooit iets uitkomt, maar die ene keer kan het toch wel gebeuren, dus anticipeer erop.
 

“Goed en veilig rijden vereist concentratie en aandacht.”

Chauffeurs in het E-Drivers platform wordt geleerd – voor zover deze kennis al niet aanwezig is – om zo ver als mogelijk vooruit te kijken. Een afstand van 100 tot 200 meter wordt daarbij in acht gehouden. Door ver vooruit te kijken kan in een vroeg stadium gevaar worden herkend en kan de rijsnelheid worden aangepast. Verkeerslichten vormen daarbij een belangrijk ‘obstakel’ waarop moet worden geanticipeerd. Wanneer duidelijk is dat er afgeremd zal moeten worden is het zinnig om in een vroeg stadium van het gas te gaan en de auto uit te laten rollen. Dit heeft gunstige effecten op remslijtage, brandstofverbruik én comfort. 

Om goed te kunnen registreren en acteren is het noodzakelijk dat je een normale snelheid aanhoudt. De wetgever heeft 50 kilometer binnen de bebouwde kom met een doordachte reden gekozen, en dat is dat je bij die snelheid situaties goed kunt overzien en tijdig erop kunt reageren. Rijd je harder (zeg 70) dan kun jij – maar ook andere weggebruikers – niet meer adequaat reageren op noodsituaties. Ook weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de gepaste snelheid. Denk aan een glad wegdek door natte bladeren of vorst.
 

“Dat je 50 mag rijden, wil niet altijd zeggen dat je het ook moet doen.”
 

Tip 7: wees assertief doch bescheiden

In het verkeer moet je zelfverzekerd zijn. Creëer overzicht voor jezelf zodat je steeds goede beslissingen kunt nemen. Wanneer je een beslissing neemt, voer hem dan ook uit. Vertoon geen treuzelgedrag, dit veroorzaakt verwarring bij overige weggebruikers. Een veel voorkomend struikelblok is het invoegen op de snelweg. Begin al met kijken naar de hoofdrijbaan aan het begin van de invoegstrook. Vergaar zo vroeg mogelijk zo veel mogelijk informatie over de situatie. Maak vervolgens voldoende snelheid en geef tijdig richting aan. Zo weten de weggebruikers op de hoofdrijbaan wat je van plan bent. Zodra je bij de blokmarkering bent kun je in de spiegel en over je schouder gaan kijken of er plaats is. Het is geen must om meteen aan het begin van de blokmarkering al de snelweg op te willen. De invoegstrook is niet voor niets zo lang als hij is. Wat je ook doet, hinder vooral geen vrachtwagens, dus ga niet vlak voor ze invoegen. Als de situatie het vereist kun je ook achter een vrachtwagen invoegen, maar houd wel voldoende afstand. Eenmaal op de snelweg ga je pas naar de linkerbaan als daar ruimte voor is. Het is geen race om daar als eerste te zijn. Je schiet er niets mee op. 

Tip 8: snelwegetiquette

De snelweg is een prachtige uitvinding. In Nederland hoef je er ook nieteens tol voor te betalen. We rijden vlug en veilig zonder tegenliggers en kruisend verkeer. Probleem is alleen dat er tijdens de rijopleiding relatief weinig aandacht aan besteed wordt, al helemaal voor filerijden. Sommigen ontwikkelen angst voor het rijden op de snelweg. Dat is nergens voor nodig, een snelweg is juist bij uitstek een veilige plek. 
Afstand houden en zien en gezien worden zijn de pijlers van snelwegrijden. Als het druk is op de weg met veel vrachtverkeer erbij kan het moeilijk zijn overzicht te bewaren. Zorg dat je altijd een positie op de weg kiest zodat er nog tijd en ruimte is om te reageren op onverwachte gebeurtenissen. Verwacht het onverwachte! Blijf niet in iemands dode hoek hangen, maar zorg dat jij gezien kan worden. Verstoor het verkeersbeeld niet onnodig, dus blijf zoveel mogelijk in jouw rijbaan. Alleen als er echt ruimte is en je geeft duidelijk richting aan kan het. Maar ga niet dicht achter anderen rijden en anderen moeten niet voor jou hoeven remmen! Fantoomfiles ontstaan door remmen zonder goede reden. Alleen al het oplichten van de remlichten is onwenselijk. 
Als het rustig is op de snelweg rijden we uiteraard uiterst rechts. Probeer goed het snelheidsverschil in te schatten als iemand in jouw spiegel van achteren nadert en enkele honderden meters vóór jou rijdt een vrachtwagen die je in wilt gaan halen. Gooi niet je auto zomaar naar links. Tuurlijk, jij rijdt netjes de toegestane snelheid, maar een ander misschien niet. Behoud de defensieve rijstijl ook in deze situaties en breng even het geduld op om, op gepaste afstand, even achter de vrachtwagen te blijven. Als er tussen twee vrachtwagens een paar honderd meter zit gaan we toch keurig naar rechts na de inhaalmanoeuvre, ook al zijn we daarmee de felbegeerde plaats op de linkerbaan kwijt. 

Tip 9: communiceer met je auto

Als we heerlijk anoniem in ons blikken omhulsel zitten is het knap lastig communiceren met medeweggebruikers. Toch zijn onze koplampen, remlichten en knipperlichten dé manieren om duidelijk te maken wat we van plan zijn of denken. Om maar te beginnen met het meest duidelijke communicatiemiddel, de knipperlichten. Bij elke zijdelingse verplaatsing, ja, elke, moet je tijdig richting aangeven. Ook bij een geslotenverklaring, ook op een rustige snelweg en al helemaal op een rotonde. Er is niets hinderlijker dan voor niets moeten wachten op een auto die zonder richting aan te geven toch afslaat. Dus geef al richting aan naar rechts of links voordat je de rotonde oprijdt als je hem kwart of driekwart neemt! 
Dan de remlichten, in de basis moet je deze zo min mogelijk laten branden. Ze verstoren het verkeersbeeld. Bij een rij auto’s kan het sneeuwbaleffect dat remmen veroorzaakt het verkeer behoorlijk vertragen. Als we ons houden aan de defensieve en anticiperende rijstijl is remmen ook bijna niet nodig. Dingen als goed anticiperen, tijdig gas loslaten en medeweggebruikers de ruimte gunnen zorgen ervoor dat remmen niet zo vaak hoeft. Het scheelt ook nog eens slijtage en brandstofverbruik, dat moet de Nederlander toch wel aanspreken! 

De veiligste methode van allemaal:

Je hebt in dit blog gelezen over introspectie, bumperkleven en invoegtips. Om een veilige rijder te zijn moet je over veel dingen nadenken. En ook in de praktijk jezelf bewijzen. In het verkeer ben je constant bezig met beslissingen nemen. Soms zijn dat beslissingen die vergaande consequenties kunnen hebben. Uiteindelijk gaat autorijden ook om een stukje talent. Sommige bestuurders zullen waarschijnlijk nooit begenadigd chauffeurs worden. Er zijn echter mensen die van autorijden houden. Er zijn mensen die elke dag weer leren beter defensief te rijden. Dit soort mensen werken via DriveMe. Wij werven alleen gedreven personen die hun vak serieus nemen. Al het bovenstaande in dit blog is voor hen vanzelfsprekend. 

Probeer daarom eens een privéchauffeur, het is echt veiliger dan zelf rijden.

Stay safe! 

Yves

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.
Je moet de voorwaarden accepteren voordat je het bericht kunt verzenden.

Menu